Het eerste bingospel dateert uit de 16e eeuw. Het bingo zoals het nu gespeeld wordt, is ontstaan tegen de 18e eeuw. In de 19e eeuw is Bingo vooral een educatief spel. De geschiedenis van bingo.

Il Giuco del Lotto d’Italia

Sinds ongeveer 1530 wordt lotto, de voorloper van Bingo, gespeeld in Italië, als onderdeel van de Lotto d’Italia. In 1734 wordt, na een geschil tussen de koning van Napels en Sicilië, Carlo III di Borbone en de Dominicaanse monnik Gregorio Maria Rocco, de Napolitaanse Tombola (Italiaanse naam voor Bingo) geboren. Omdat de monnik Bingo ‘misleidend’ en ‘amoreel plezier’ vindt, waarbij gelovigen van het gebed afgeleid worden, wordt het spel alleen toegestaan in de vakantieperiode. In de geschiedenis is Bingo dus vooral een spel voor tijdens de kerstdagen.

Een kansspel of educatief?

Tegen de 18e eeuw is het spel meer gerijpt in Frankrijk. Men heeft dan speelkaarten, penningen en het uitlezen van nummers toegevoegd, het spel is al meer zoals wij het nu nog spelen. De Fransen maakten een variant met 27 velden (drie rijen van negen kolommen), waarvan slechts vijf velden per rij nummers bevatten. In de 19e eeuw krijgt de geschiedenis van Bingo een educatief tintje. In Duitsland gebruikt men dan het spel om aan kinderen spelling, dierennamen en vermenigvuldigen te leren.

Van kermis- naar gezelschapsspel

De geschiedenis van Bingo gaat verder rond 1920 als Hugh J. Ward het spel introduceert op kermissen in en rond Pittsburgth en West-Pennsyvania. Hij heeft het auteursrecht op het spel en is de auteur van de regels, opgesteld in 1933. Speelgoedleverancier Edwin Lowe ziet Bingo op een rondreizende kermis in Atlanta in 1929 en neemt het idee mee naar New York. Zijn vrienden houden van het spel en Lowe produceert Bingo als gezelschapsspel in twee versies: een set met twaalf kaarten voor een dollar en een vierentwintig kaartenset voor twee dollar.

Gedroogde bonen

Edwin Lowe verandert de naam naar Bingo. Op de formulieren waarop het spel dan gespeeld wordt, staat de naam Beano. Deze naam is afgeleid van de gedroogde bonen waarmee de getrokken nummers bedekt worden. Het verhaal gaat dat een winnaar ‘in de hitte van de strijd’ bij een Bingoronde in New York per ongeluk ‘Bingo’ riep, toen al zijn getallen opgenoemd waren. Deze naam wordt gelijk als beter aangenomen. Of dit verhaal op waarheid gebaseerd wordt is maar de vraag: in 1770 wordt de naam Bingo namelijk al gebruikt in Groot-Brittannië.

De getallen in een bingospel

Een bingoformulier bestaat uit vijf rijen en vijf kolommen. In de eerste kolom staan de getallen tussen 1 en 15, de tweede kolom bevat de reeks 16 t/m 30. De derde kolom heeft maar vier getallen (het middelste vakje is leeg) en bedient 31 t/m 45. Kolommen vier en vijf laten de respectievelijk de reeksen 46 t/m 60 en 61 t/m 75 zien. Totaal bevat een bingospel 75 getallen. Elk getal komt maar één keer voor op de kaart en de getallen in de kolommen zijn niet gesorteerd.

Hetzelfde spel, verschillende benamingen

Lotto, Bingo of Kienen, wat is nu eigenlijk het verschil? Alle drie de varianten komen voort uit de eerste bedenksels in de geschiedenis van Bingo, maar hebben elk hun eigen weg belopen. Lotto kennen we tegenwoordig vooral als loterijvorm waarbij genummerde balletjes getrokken worden, waarbij de nummers corresponderen met de getallen op een lottoformulier. Het spel heeft 45 getallen en verschillende kleuren, waarbij de winkans 1 op 48 miljoen is. Bij kienen (van het Franse woord quine) zijn er 90 getallen in het spel.